Je betaalt te veel voor Azure
Ongebruikte Azure-reserveringen kosten je meer dan je denkt
Je hebt je huiswerk gedaan. Kosten vergeleken, Reserved Instances afgesloten, commitment getoond. Slim, want daarmee bespaar je tot 70% ten opzichte van pay-as-you-go. Totdat je drie kwartalen later merkt dat de besparing niet terug te vinden is in je factuur. De workloads die je had gepland draaien ergens anders. Of helemaal niet meer. En de gereserveerde capaciteit? Die ligt braak. Elke dag. Op jouw kosten. In deze blog legt Henk van der Valk uit hoe ongebruikte reserveringen stille gaten slaan in je cloudbudget.
Azure Reserved Instances en Savings Plans zijn krachtige instrumenten. Je legt capaciteit vast voor één of drie jaar en betaalt daarvoor een stuk minder dan bij on-demand gebruik. Voor stabiele, voorspelbare workloads is dit een van de meest directe manieren om structureel te besparen.
Maar dat is de kern: stabiele, voorspelbare workloads.
De realiteit is grilliger. Projecten lopen vertraging op. Teams schalen hun applicaties anders in dan verwacht. Er vindt een migratie plaats naar een andere regio. Een dienst wordt uitgefaseerd. Of een VM-type wordt vervangen door een modernere variant. In al die gevallen verandert de vraag, maar de reservering staat vast.
Dat is geen fout van de technologie. Azure doet wat je hebt gevraagd. Het probleem zit in het ontbreken van actief beheer daarna.
In onze Azure Cost Scans zien we drie situaties steeds terugkomen.
Reserveringen zonder match. Een Reserved Instance is gekoppeld aan een specifiek VM-type, regio en scope. Als de workload inmiddels op een ander VM-type draait of in een andere subscription, past de reservering niet meer. Hij wordt niet benut. Toch betaal je hem gewoon af. Als daarnaast ook tagging ontbreekt, is de koppeling tussen reservering en actuele workload helemaal niet meer te maken.
Reserveringen voor gestopte projecten. Een project loopt ten einde. De VM’s worden uitgezet. Maar de reservering is nog twaalf maanden geldig. Er is geen eigenaar meer die ernaar kijkt. Het staat in een dashboard dat niemand nog opent.
Savings Plans zonder actuele workload. Savings Plans zijn flexibeler dan Reserved Instances, maar als het verbruik daalt onder het gecommitteerde bedrag, betaal je het vaste deel gewoon door.
In alle drie de gevallen geldt hetzelfde: je betaalt al. Je gebruikt het alleen niet.
Veel IT-managers behandelen reserveringen als eenmalige beslissingen. Analyseren, inkopen, klaar. Maar reserveringsbeheer is een doorlopend proces. Azure verandert. Organisaties veranderen. Workloads veranderen.
Zonder centraal inzicht in de uitnutting van je reserveringen, welk percentage daadwerkelijk wordt benut en welke reserveringen leeg meelopen, stuur je blind. Dat probleem versterkt zich als ook kostenallocatie ontbreekt.
Dat inzicht ontbreekt bij de meeste organisaties. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat de standaard Azure Cost Management-omgeving het lastig maakt. Meerdere dashboards, meerdere scopes, en de koppeling tussen reservering en actuele workload is niet altijd direct zichtbaar.
Organisaties die hun reserveringen actief beheren, halen gemiddeld 20 tot 40% meer waarde uit diezelfde reserveringen. Niet door meer te kopen, maar door beter te sturen op wat er al is.
En voor reserveringen die niet meer passen? Die identificeren we vroegtijdig, zodat je nog opties hebt.
Een reservering kopen voelt als besparen. En dat klopt, als je hem ook gebruikt. Een onbenutte reservering is geen besparing. Het is een vaste kostenpost zonder tegenprestatie.
Het begint met inzicht: wat heb je gereserveerd, wat gebruik je daadwerkelijk, en wat is het verschil? Dat inzicht heb je binnen een dag.
Wil je weten hoe je reserveringen er op dit moment voor staan? Start met een Azure Cost Scan.
Dit probleem is onderdeel van een groter patroon. In de whitepaper ’12 Cloud Burnouts’ beschrijven we alle twaalf kostenvalkuilen in Azure-omgevingen.