Je betaalt al. Je gebruikt het alleen niet
Deel 1: Waarom je back-upomgeving ongemerkt geld weggooit
Je betaalt elke maand netjes je Azure-factuur. De back-ups draaien. Groene vinkjes in de console. Toch ziet Edco Wallet bij vrijwel elke organisatie die OptimaSure doorlicht hetzelfde patroon: de back-upomgeving groeit stilletjes, onbeheerd en ongezien. De kosten groeien mee. In dit eerste deel van een tweedelige serie over Azure Backup kijkt hij naar de technische kostenvalkuilen.
Wat me opvalt: de meeste organisaties hebben hun back-ups ooit goed ingericht. Op het moment van de initiële configuratie klopte alles. Het probleem is dat niemand er daarna nog naar omkijkt. Nieuwe workloads komen erbij, oude verdwijnen, maar de back-upconfiguratie beweegt niet mee. Ondertussen lopen de kosten gestaag op, maand na maand, zonder dat iemand het merkt.
De meeste IT-managers weten dat storage in Azure geld kost. Wat minder bekend is: hoe de kostenstructuur van Azure Backup precies in elkaar zit.
Azure Backup werkt primair met Recovery Services Vaults. Je betaalt per beschermde instantie én voor de opgeslagen data. Klinkt overzichtelijk. In werkelijkheid zijn er vier afzonderlijke kostenlijnen: data-opslag voor de back-updata zelf (lokaal of geografisch gespreid), snapshot-opslag voor instant recovery, data egress-kosten bij het restoren van back-ups in een andere regio, en zelfs back-up alert notifications die geld kunnen kosten.
Die vier lijnen worden in veel organisaties niet als één geheel bekeken. Daar gaat het mis. Back-ups worden als generieke service gezien waar verder geen maatwerk bij komt kijken.
Azure biedt meerdere redundantieniveaus voor back-upopslag: Locally Redundant Storage (LRS), Zone-Redundant Storage (ZRS) en Geo-Redundant Storage (GRS). Geografisch opgeslagen back-upsets kosten ruwweg twee tot drie keer zoveel als lokaal opgeslagen back-ups.
De standaardinstelling bij veel Azure-configuraties? GRS. Logisch voor kritieke productiedata. Wanneer ik vraag of alle systemen die onder die vault vallen ook daadwerkelijk geo-redundante back-ups nodig hebben, is het antwoord zelden een overtuigend “ja”.
Ontwikkelomgevingen, testservers, archiefdata: ze draaien allemaal op GRS omdat niemand ooit de vraag heeft gesteld: “Is dit echt nodig?”
Een organisatie met 50 TB aan back-updata kan door deze keuze alleen al €1.500 tot €3.000 per maand te veel betalen. Zonder dat daar bewust voor is gekozen.
Azure Backup maakt gebruik van instant recovery snapshots voor snelle restores. Die snapshots worden bewaard naast de reguliere back-updata in de vault. Handig voor snelheid, maar ze kosten aparte storage.
Het probleem: de retentieduur van die snapshots wordt vaak ingesteld bij de initiële configuratie en daarna nooit meer aangepast. Twee, vijf, soms zeven dagen, terwijl één dag voor de meeste workloads prima voldoet.
Snapshots zijn per definitie volledig, niet incrementeel. Elke extra dag retentie is een volledige kopie van de schijf. Voor een 1 TB-schijf met zeven dagen snapshot-retentie betaal je voor 7 TB aan snapshot-opslag, elke maand opnieuw. Dat verschilt van de on-prem SAN-snapshots zoals we die van vroeger kennen.
Recovery Services Vaults groeien. Dat is hun functie. In veel omgevingen groeien ze ook mee met vergeten workloads: servers die al lang zijn uitgezet, databases die niet meer worden geraadpleegd maar nog steeds online staan en waarvan de back-upconfiguratie nooit is verwijderd.
Azure rekent per beschermde instantie, ook als die instantie al lang niet meer actief is. Zolang de vault-configuratie actief is, loopt de teller door.
Bij een recente klant vonden we achttien vault-items die verwezen naar VM’s die meer dan een jaar geleden waren verwijderd, en 38 terabyte aan databases die allang opgeruimd hadden moeten zijn. Geen actieve systemen meer, wel een actieve kostenpost.
Op basis van onze analyses bij mkb+-organisaties met 10 tot 200 VM’s zien we gemiddeld 25 tot 35% onnodige kosten in de back-upomgeving. Dat bestaat typisch uit 40-50% overkill op storage tier (GRS waar LRS volstaat), 30-40% onnodige snapshot-retentie en 10-20% kosten voor vergeten of inactieve instanties.
Voor een organisatie met €5.000 per maand aan Azure Backup-kosten betekent dit gemiddeld €1.250 tot €1.750 per maand die simpelweg niet nodig zijn.
De eerste stap is inzicht. Bekijk in de Azure Cost Analysis de uitsplitsing van je back-upkosten op resource-niveau. Kijk specifiek naar welke vaults op GRS draaien en of dat voor alle workloads noodzakelijk is, wat de snapshot-retentie per back-uppolicy is en wanneer die policy voor het laatst is beoordeeld, en of er vault-items actief zijn voor systemen die niet meer bestaan.
In deel 2 van deze reeks gaan we dieper in op het beleid achter deze kosten: hoe een verouderd retentiebeleid en het nooit testen van restores samen de duurste combinatie vormen die je in Azure kunt hebben.
Wil je weten wat jouw back-upomgeving echt kost? Plan een Azure Cost Scan en krijg binnen 30 dagen concreet inzicht, inclusief een actieplan.